| Tuimelaardolfijnen zijn grote dieren: ze hebben een gewicht van 200
tot 300 kilogram en zijn 2 tot 3 meter lang.
Mannetjes & vrouwtjes
Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes dolfijnen is
moeilijk te zien. Alleen als je naar onderkant van de buik kijkt, kun je
het verschil zien. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben een genitale en
een anale opening. Alleen zit bij vrouwtjes (fig. 1) de anale opening veel
dichter bij de genitale opening dan bij de mannetjes (fig. 2). Het lijkt dan ook
of vrouwtjes maar één opening hebben. Bovendien hebben de vrouwtjes aan
weerszijden van de genitale opening (ongeveer halverwege) kleine
spleetjes, hierin bevinden zich de tepels. Bij vrouwtjes bevinden de
vagina en de urinebuis zich in de genitale opening. Bij mannetjes
bevindt de penis zich in de genitale opening.
| |
 |
|
 |
|
| |
fig. 1 Vrouwtje |
|
fig. 2 Mannetje |
|
Huid
Het lichaam van de dolfijn is helemaal aangepast aan het water. De vorm
van hun lichaam is gestroomlijnd, om zo min mogelijk weerstand te
ondervinden van het water. Ze hebben ook een gladde huid, een vacht zou
alleen maar lastig zijn en afremmen.
De huid van de tuimelaar is van boven grijs (fig. 3) en de onderkant is
wit (fig 4). Dit dient als schutkleur. Als je van bovenaf naar een
dolfijn kijkt valt de grijze bovenkant weg tegen de donkere bodem van de
zee en als je van onder naar een dolfijn kijkt valt de witte buik weg
tegen de lucht.
De huid van dolfijnen is heel gevoelig, ze voelen iedere aanraking.
Dolfijnen vinden het lekker om het lichaam tegen elkaar aan te wrijven
en elkaar zo te 'knuffelen'.
| |
 |
|
 |
|
| |
fig. 3 Grijze bovenkant |
|
fig. 4 Witte onderkant |
|
Vinnen
Ze hebben 3 soorten vinnen:
-
Borstvinnen; om te sturen (fig. 5)
-
Rugvin; voor stabiliteit (fig. 6)
-
Staart; voor de voortbeweging (en de sprongen) (fig. 7)
| |
 |
|
 |
|
 |
|
| |
fig. 5 Borstvinnen |
|
fig. 6 Rugvin |
|
fig. 7 Staart |
|
Neus & blaasgat
Als een mens onder water probeert te ruiken, dan krijgt hij allemaal
water binnen. Ook voor dolfijnen geldt dat ze zouden verdrinken als ze
onder water zouden ruiken. Dolfijnen zouden er dus weinig aan hebben om
te kunnen ruiken, en zij hebben dus ook geen échte neus!
Mensen gebruiken hun neus echter niet alleen om te ruiken, maar ook om
adem te halen. Mensen kunnen ook ademhalen via de mond, dolfijnen kunnen dit
niet. Maar ze hebben ook geen neus, dus hoe halen ze dan adem?
Bij dolfijnen is de 'neus' verplaatst naar de bovenkant van hun kop,
dit wordt het blaasgat genoemd. Omdat het aan de bovenkant van hun kop
zit, hoeven dolfijnen alleen daarmee boven water te komen om in- en uit
te ademen. Want dolfijnen hebben net als mensen gewone lucht nodig om te
kunnen ademen en moeten hiervoor dus boven water komen! Dolfijnen houden
hun blaasgat goed gesloten met een krachtige klep als ze aan het zwemmen
zijn (fig. 8), zodat dat er geen water in hun longen komt. Om adem te
halen, openen ze heel even het blaasgat (fig. 9).
| |
 |
|
 |
|
| |
fig. 8 Gesloten blaasgat |
|
fig. 9 Open blaasgat |
|
Oren & horen
De oren zijn zeer kleine gaatjes aan de zijkant van hun kop (fig. 10).
Dolfijnen kunnen heel goed horen, zelfs geluiden die voor het menselijke
gehoor te hoog zijn. De geluiden die dolfijnen maken en die voor mensen
gewoon hoorbaar zijn, worden gemaakt door het blaasgat gedeeltelijk af
te sluiten en de lucht naar buiten te persen. Je kunt dat vergelijken
met een ballon die je langzaam leeg laat lopen.
Dolfijnen gebruiken allerlei geluiden om met elkaar te kunnen 'praten'.
 |
| fig. 10 Oor |
Ogen
Dolfijnen kunnen goed zien, zowel boven als onderwater. Mensen kunnen
onderwater niet zo goed zien als bovenwater, onderwater is het een stuk
waziger. Dolfijnen hebben een bijzondere eigenschap aan de ooglens, die
past zich aan aan de omgeving, zodat dolfijnen zowel boven als
onderwater goed kunnen zien. Dolfijnen kunnen hun ogen ook onafhankelijk
van elkaar 'besturen', ze kunnen bijvoorbeeld met één oog naar voren
kijken en met het andere oog naar beneden kijken.
Om diepte te kunnen zien, heeft een dier (en de mens dus ook) twee ogen
nodig. Er zijn dieren die hun ogen aan de zijkant van hun kop hebben,
zij kunnen dus niet naar 1 bepaald punt met twee ogen tegelijk kijken en
kunnen dus geen diepte zien. Op fig. 11 zijn beide ogen van de dolfijn
te zien, en het is dus aannemelijk dat dolfijnen in ieder geval in een
deel van hun gezichtsveld diepte kunnen zien.
 |
| fig. 11 Ogen |
Kusttuimelaardolfijnen & zeetuimelaardolfijnen
Tuimelaardolfijnen zijn onder te verdelen in kusttuimelaardolfijnen en zeetuimelaardolfijnen. Kusttuimelaardolfijnen komen voor in een bepaald gebied langs de kust
en zeetuimelaardolfijnen leven in de open zee. Daar kunnen ze veel dieper duiken en
zo komen ze in kouder water terecht. Daardoor zijn de zeetuimelaardolfijnen gemiddeld langer en zwaarder dan de kusttuimelaardolfijnen. Grotere dieren raken namelijk relatief minder warmte kwijt. Kusttuimelaardolfijnen hebben grotere borstvinnen dan zeetuimelaardolfijnen,
waardoor ze wentbaarder zijn. Zeetuimelaardolfijnen hebben kleinere, cikkelvormige borstvinnen, zodat ze makkelijker hogere snelheden kunnen bereiken.
|