| |
De training bij jonge dieren begint vanaf het moment dat ze vis leren eten. Ze leren dan ook om dichter in de buurt van trainers te komen. Eén van de eerste stapjes van de training is dat ze leren dat een fluitsignaal een teken is dat ze iets goed gedaan hebben. Verder zal het dier leren om de hand van de trainer met de snuit aan te raken. Vervolgens zal het dier leren om de hand te volgen en later kan de hand vervangen worden door een 'target'. Dat is een lange stok met een, meestal rode of witte, knop er op. Door met de target bepaalde bewegingen te maken, zal een dolfijn deze volgen.
Om een gedraging wat verder weg van een trainer te laten doen, kan er gebruik worden gemaakt van een heel lang target of van een ijsblokje. Zo kan 'op afstand' de plaats voor de gedraging aan worden gegeven of kan er duidelijk worden gemaakt aan de dolfijn dat die ruimte ook voor de gedraging moet worden gebruikt. Op den duur kan er een handgebaar aan de beweging worden gekoppeld en zo leert het dier het signaal voor de nieuwe gedraging.
| |
 |
|
 |
|
| |
fig. 2 Target |
|
fig. 2 Hand als target |
|
Als een dolfijn iets goed doet, zal het dier daarvoor beloond worden. Deze beloning kan bestaan uit vis, maar ook een aai, knuffel of een speeltje kan een beloning zijn voor het dier. Om het dier direct na het doen van een gedraging te laten weten dat hij het goed heeft gedaan, wordt er gebruik gemaakt van een fluitje. Het fluitje is handig om de tijd tussen de gedraging en de beloning te overbruggen. Het dier weet dat als hij het fluitsignaal hoort, hij het goed heeft gedaan en terug kan komen naar de trainer voor een beloning.
Jonge dieren leren niet alleen van de trainers, maar ook door bij elkaar en bij de oudere dieren af te kijken. Natuurlijk worden niet alleen jonge dieren getraind, maar aan alle dolfijnen worden op deze manier nieuwe dingen geleerd. Hoe lang het duurt voor een dier een nieuwe gedraging heeft geleerd, hangt van veel dingen af. Zo speelt bijvoorbeeld het karakter van het dier daarbij een grote rol, maar natuurlijk ook de tijd die er door de trainers aan besteed kan worden.
De manier van trainen bij tuimelaars heet met een moeilijk woord 'positive reinforcement'. Als een dier iets goed doet, zal het daarvoor beloond worden. Doet een dier iets niet goed of iets negatiefs, zal het dier even een paar seconden genegeerd worden. Deze manier van training wordt ook gebruikt bij andere zeezoogdieren zoals orka's, walrussen en zeeleeuwen. In dierenparken wordt er op deze manier getraind met bijvoorbeeld olifanten, om hun gezondheid goed in de gaten te kunnen houden. Zelfs bij katachtigen (leeuwen, tijgers) is het mogelijk om op deze manier te trainen. Ook honden worden vaak op deze manier getraind, meestal met behulp van een clicker in plaats van een fluitje.
|